Home | Contact
Meer Sex
Pagina Overzicht
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Bdsm verhaal 2

 

 

Bron: Internet, auteur onbekend

Onopvallend. Het meisje dat niet van haar tepels af kon blijven. 

Onwillekeurig waren haar bewegingen, onbedwingbaar haar behoefte.

Hij viel haar op omdat ze zo onopvallend was. Ze was er, maar toch was ze er niet. En het lag niet aan haar schoonheid, beslist niet. Haar gelaat was schoon, een beetje droevig misschien. Haar figuur moest haast wel perfect zijn hoewel haar kleding veel verborg. Behalve haar borsten. Zag hij zelfs niet de afdruk van tepels in haar jurk?

Waarom dan onopvallend? Het intrigeerde hem.

Het was hem in ieder geval duidelijk dat ze haar schoonheid verborg. Niet alleen door haar te ruim vallende kleding, ook door haar lange haar waar ze zich voortdurend achter verschool. En alsof haar dat niet voldoende was: elke keer als iemand haar aankeek, draaide ze haar gezicht weg. Zelfs als ze dat zelf niet kon hebben opgemerkt. Alsof ze het aanvoelde.

Zo ook de blikken die hij op haar wierp. Het werd een sport voor hem om haar te verrassen. Eerst om onopgemerkt haar gezicht te bestuderen, daarna om haar blik te vangen. En vast te houden!

Maar voor hem dat lukte, ontdekte hij een andere eigenaardigheid aan haar. Haar handen maakten regelmatig onrustige, haast onwillekeurige bewegingen. Heel vluchtig als ze zich weer in een nieuwe schaduw van omstanders draaide, maar onmiskenbaar met enige regelmaat, toen hij haar langer bestudeerde. Wat deed ze toch met die handen in het korte moment van, ja hoe moest je het noemen: fladderen?

Strategisch bewoog hij om haar heen en zocht een leegte in het gezelschap waarin hij verwachtte dat ze zich zou verbergen na een nieuwe confrontatie met potentieel geïnteresseerde blikken. Twee keer mislukte het omdat hij zelf voor haar voelbaar bleef, en ze dus ‘weigerde’ om daar naar toe te draaien. De derde keer was het raak en zag hij wat haar handen werkelijk uitvoerden.

Ze streelden haar tepels. Heel even, maar onmiskenbaar. Dáárom waren ze zichtbaar door haar jurk heen: ze waren stijf. En zij zorgde ervoor dat ze stijf bleven.

Het pleit was beslecht: hij moest haar hebben, moest haar vangen. Niet alleen om antwoord te krijgen op zijn vragen. Maar vooral om haar te beheersen. Haar aan iedereen te tonen als zijn ontdekking, zijn bezit. Haar te dwingen zich te laten zien omdat hij dat wilde. Om zelfs het enige wat van haar zelf was, haar innerlijke drang om haar tepels stijf te houden, te beheersen. Af te nemen in feite, want alleen hij zou het zijn die bepaalde of ze stijf mochten worden. Of niet. Al die gedachten schoten als een flits door hem heen. Niet zo welomlijnd als ze nu op papier stonden, meer als een visioen, een zekerheid. En nog voordat hij zich de absurditeit van dat plan realiseerde, was hij al bezig met de uitvoering.

Nog even geduldig als daarvoor, maar nu volledig toegewijd aan het doel dat hij zich gesteld had, zocht hij zijn kans. Zocht hij het juiste moment om toe te slaan. Een lege ruimte tussen hem en haar, drie passen diep, links en rechts van hen nietsvermoedende ruggen, dat was het! Haar gezicht dat zijn richting op werd gedwongen door een naderend stelletje. Een plotseling geluid: zijn knippende vinger, dat haar verbaasd deed opkijken. Zijn ogen die de hare raakten!

Hij had haar gevangen.

Natuurlijk bloosde ze. Hij voelde dat ze wilde wegkijken, maar dat niet kon. Dat ze gedwongen was hem aan te kijken, terwijl ze dat niet wilde. Aan te blijven kijken, ook al was het nog zo kort. Natuurlijk lukte het haar uiteindelijk om weer weg te kijken. Maar zijn doel was bereikt. Het kwaad was -voor haar- geschied.

Even liet hij haar doelloos rondlopen. Hij wist dat hij haar aangeraakt had. Haar geest beroerd. Dat binnen in haar buik zich alles omdraaide. Dat ze week werd van onmacht. Ze kon aan niets anders meer dan denken aan hem. Hij wist het. Maar ook dat ze zijn blik niet meer voelde. Dat ze die miste, nu al, maar niet durfde te zoeken. Dat het was alsof hij verdwenen was.

Want hij zorgde er zorgvuldig voor dat hij buiten haar aandachtsveld bleef. Wat niet zo moeilijk was daar haar drang om onzichtbaar te blijven haar in beweging hield en ze van alles en iedereen bleef wegkijken. Zo hoefde hij er slechts voor te zorgen dat hij haar in zijn ooghoeken kon volgen. Tot ze wel haast moest denken dat hij ècht verdwenen was.

Ze stond met haar rug naar hem toe. Toen kwam hij in actie. Doelbewust, maar toch onopvallend, bewoog hij zich naar de leegte die weer -voor even- naast haar ontstaan was. Zijn laatste passen waren traag om haar bewust van zijn nadering te laten zijn. Niet dat zij hem hoorde aankomen, laat staan dat zij hem zag, maar hij wist dat ze het zou voelen. Ze kon niet van hem wegdraaien, nu niet meer. Naar hem toe draaien was sowieso uitgesloten. Dus bevroor ze haar onopvallende bewegingen. Zelfs haar handen zakten krachteloos naar beneden. Met zijn hand raakte hij haar bovenarm aan, zo zachtjes dat ze er niet van schrok. Mogelijk nog zachter drukte hij haar naar voren.
Heel zacht, maar net niet fluisterend, zei hij: "Kom."

Ze liet zich leiden.

De grote ruimte uit, weg van het gezelschap. De hal door. Een lege brede gang in. De automatische deuren openden zich en lieten hen door.

Hier was alleen de noodverlichting nog aan. Het was een brede glazen passage hoog boven een drukke autoweg. Het leidde naar het tweede gebouw, dat nu verlaten was, evenals de passage zelf. Midden boven de autoweg hield hij stil. Hij draaide haar naar het raam toe. Zelf bleef hij achter haar staan.

"Nu mag je," zei hij zacht, maar dwingend. Aarzelend wilde ze haar gezicht naar hem toe draaien. Zich omdraaien deed ze echter niet. ‘Goed zo,’ dacht hij, ‘ze voelt dat ik dat niet wil, dat ze dat niet mag.’ Maar hem aankijken was nog niet de bedoeling. Hij wilde dat het eerste oogcontact het enige zou blijven. Voorlopig. Dat de herinnering daaraan haar nog heel lang bij zou blijven .

"Nee," was eerst alles wat hij zei.

Ze gehoorzaamde en staarde naar buiten, de donkere nacht in, naar de lichtjes van de auto’s onder hen.

"Doe het."

Natuurlijk wist hij dat zij hem niet begreep. Maar hij hoopte dat er onbewust iets bij haar ontwaakte. Ze moest zich immers bedwingen, onbewust waarschijnlijk, maar toch. Bedwingen wat ze daarvóór voortdurend onwillekeurig deed. Het kon haast niet anders.

"Doe waarnaar je de hele tijd verlangde om te doen. Je bedwong jezelf. Steeds opnieuw. Maar niet nadat je handen je verlangen daarnaar hadden geopenbaard. Aan iedereen die daar oog voor had. Zoals ik."

Hij wist dat ze weer begon te blozen. Zou ze het al volledig beseffen? Hij gaf het laatste duwtje:

"Ze zijn niet langer stijf."

Gaf de spiegeling van de ruit haar maar in kleuren weer. Dan zou hij zien dat ze rood was tot aan haar kruin. Maar daarvoor was het te donker.

Ze aarzelde, voelde hij.

"Toe maar," zei hij zacht, haast liefdevol.

Toch was zijn stem niet minder dwingend voor haar, wist hij.

En haar handen te zeer gewend om te doen wat hij nu van haar verlangde om te doen. Haar geest zou zich wellicht nog verzet hebben, maar haar handen konden dat niet. Ze vlinderden al langs haar borsten.

"Toe maar," zie hij nogmaals bemoedigend.

Alle schroom liet ze nu varen. Hij vermoedde dat haar tepels inmiddels weer stijf geworden waren, want haar vingers gingen nu gretig recht op dat doel af. Het moest een grote opluchting zijn, dat ze eindelijk mocht wat ze zo lang onderdrukt had. Ze slaakte een gilletje van opluchting. Hij voelde dat ze nu zachtjes in haar tepels kneep.

"Harder," gebood hij haar.

"Aaah," zuchtte ze eindelijk.

Voorzichtig legde hij zijn handen op haar buik. Wat hij hoopte, gebeurde. Ze kneep harder in haar tepels en drukte tegelijkertijd haar billen naar achteren. En vond zijn lijf. Zijn handen bewogen mee en drukten haar lijf voorzichtig tegen het zijne aan. Ze had geen verzet meer. Haar tepels verlangden naar meer en haar vingers gehoorzaamden. Hij wist dat ze nu nat zou moeten zijn.

Zonder de grip op haar buik te verliezen, schoven zijn handen haar jurk beetje bij beetje naar boven. Tot ze de zoom bereikten en haar blote buik voelden. Zijn linker hand bleef haar daar vasthouden. Zijn rechter ging op zoek naar beneden. Hij bekommerde zich niet om haar slipje, dat kon hij later nog inspecteren, maar schoof direct naar binnen. Ze was niet geschoren. Even drukte hij op haar venusheuveltje en voelde zo, tegen zijn heupen, haar billen. Ook die waren voor later.

Nu was hij alleen doelgericht. Hij zocht haar lipjes. Ze waren vochtig. ‘Ik wist het,’ dacht hij. Zijn vingers gleden verder. Zij gaf hem ruimte door op de tenen van haar rechtervoet te gaan staan en haar knie te buigen. Hij gleed bij haar naar binnen. Zijn vingers vonden haar opening, zijn duim haar klitje.

Ze leunde nu volledig tegen hem aan en hijgde zwaar. Zonder terughoudendheid grepen en knepen en graaiden haar vingers in haar borsten.

Zijn duim vergrootte de druk en bewoog op en neer. Nauwelijks merkbaar, maar het was genoeg. Haar hoofd zakte als laatste naar achteren, tegen zijn borst aan. Zachtjes jammerend kwam ze klaar.

Zorgvuldig waakte hij er voor zijn positie niet te veranderen. Alleen de druk van zijn duim liet hij gaan. Zo bleef ze tegen hem aangedrukt en hijgde na. Haar rechterbeen verslapte en haar voet zakte weer naar beneden. Haar lichaam had zich volledig ontspannen.

Hij had moeite om haar niet te laten vallen, zo zwaar leunde ze op hem. Ze merkte het blijkbaar, want hij voelde dat ze zich wilde herstellen.

"Nog niet," gebood hij haar, "Ik ga je eerst vertellen wat je moet doen."

Hij voelde dat ze gehoorzaamde.

"Je gaat zo rechtop staan, je handen op je rug. Je zult me horen weglopen. Pas als je de schuifdeuren hoort openen en sluiten, mag je je weer omdraaien."

Even pauzeerde hij. Hij wilde dat ze besefte dat hij weg zou gaan, zonder dat ze de gelegenheid had om hem te volgen.

"Dan ga je terug naar het gezelschap. Ik wil dat je nog minstens één drankje drinkt. Dan mag je naar huis gaan."

Hij aarzelde even. Zou hij haar gebieden niet naar hem te zoeken? Nee, dat was niet nodig, daarvoor zou ze te verlegen zijn. Bovendien, hij zou er voor zorgen dat hij niet gezien kon worden. Hij wist hoe gemakkelijk dat bij haar zou zijn.

Zou hij haar dan vertellen dat hij er zou zijn, bij haar huis?

Nee, ook dat niet.

Laat haar in onwetendheid. Laat haar maar denken dat hij verdwenen was. Dat ze hem wellicht nooit weer zou zien. Ze zou zich verloren voelen. Het zou haar toegankelijk maken. Dat was belangrijk. Want als hij haar zou nemen, zou hij haar bezitten.

Volledig.